zondag 11 december 2011

Ik vergis me niet. Exact vierentwintig jaar geleden waren we jong. Het was een zomerdag, zo een waarop het fruit regent. We bezetten een eenzaam stuk aarde. Ik bekogelde je ranke lijf met aardbeien. Je reactie bleef niet uit, spoedig spatten druiven uiteen op mijn borst. We lachten want het was warm en we waren eindelijk jong. Je vergreep je aan dadels, ik hield het keurig bij meloen. Mango vulde de ruimte tussen onze lippen. Vrolijk bedreven we de melancholie, jij je armen opengeslagen. Ik heb er nooit iemand over verteld, wat ademde je vrijheid toen. Kon ik maar bij je gebleven zijn, ik zou voldoening uit dit leven gehaald hebben. Alles mocht op alle vlakken stuklopen, ik wou je slechts beminnen. Ik wilde voor je arbeiden, bedelen als het moest. Dat deed ik ook, want je vergezelde me niet onbetaald. Maar toch, ik alléén wilde voor je zwoegen. Je lachte mijn ambities opgetogen uit. Noten kraakten de spanningen tussen onze lichamen weg. 
“Sluit je ogen, luister naar je lichaam. Ontspan het. Eerst je hoofd, dan je nek, vervolgens je borst, buik. Nu je armen, benen. Tot je voeten, je tenen toe. Je bent licht, vederlicht, wat je verlangt stijgt naar de boven en verzoent zich met de hemel. Verzet je niet langer, geef geluk wat het toekomt, je godin komt naast je liggen.” Wat hield ik toen van je en je net niet geëmancipeerde lach. Je wist dat je sterk moest staan, al kende je de ruwheid van het bestaan nog niet. Alleen ananas vond je ruw, maar dat kon ik schillen. Je liet je strelen, ik drukte mijn vinger op je neus, “Je bent zo zacht als een perzik”
“Jij plebejisch als een pruim.” Ik trok prompt een ster na beneden, ik versierde je haar. Je was blij, want dat dreef je prijs op. Je overlaadde me met kussen. Geluk komt door een kier, maar jij smeet de poort open. Ik sleurde je in een waterval, om je haar nat te zien. Je stráálde honderduit, drukte je lijf tegen me aan. “Zeg dat je van me houdt” je deed het, omdat ik het vroeg. “Zeg dat je van me droomt” “Zeg dat je me nooit verlaat” “Zeg dat je alleen de mijne wil zijn” “Sorry, ik werd dictatoriaal, omhels me.” Je verzorgde mijn wonden met citroenen. Het prikte, tot je er je lippen op perste. Verrukt droomden we naar elkaar toe. “Ik vind je leuk,” deze was spontaan. We gingen verder op onze tenen, je wou het gras niet kwetsen. “Er is veel dat ik niet begrijp, vertel me iets, jij begrijpt zoveel.” Dat was misschien zo, maar ik begreep jou niet, je had je onmogelijk kunnen voorstellen hoe opgetogen ik daarvan werd. We bereikten een hoogtepunt, je bloosde als een appelsien. Ik aanbad je van top tot teen.

Het mocht duidelijk zijn dat ik je niet begreep. Ik was je eerste klant, je was bang geweest. In het begin toch. Ons geluk leek iets vanzelfsprekends. En toch achtervolgt het ons nog steeds, als een herinnering , maar ook als schuld. We betalen elk op onze eigen manier. Ik offer mijn inkomen op om groenten-hoeren af te schuimen. Jij lacht al even gemaakt als de rest, terwijl je je gewillig – of dat wil je toch uitstralen – laat keuren achter een ruit. Je herkende me niet, ik was daar blij om. Ik vroeg me wat er van ons terechtgekomen kon zijn, zonder die ene ontmoeting. Hoezeer ik me ook verantwoordelijk voelde voor je situatie, ik kon me er niet toe brengen onze wellustige rebellie te beklagen. Ik verweet mezelf, want ik kon het niet laten te mijmeren. Vergeef me.



zaterdag 10 december 2011

Apologie van een leider van morgen

Mijn mooiste bezitting is mijn verdriet. De tegenstelling tussen dromen en leven is afschuwelijk maar het verdriet dat aan die breuk ontspringt is prachtig. Harmonieus, disfunctioneel en vergankelijk. Leven is een klein toeval in een oneindige kosmos. Jaarlijks wordt 1,3 miljard ton voedsel weggesmeten, ongeveer 925 miljoen mensen lijden honger. Dat is ruwweg een derde van de voedselproductie, een achtste van de wereldbevolking. De mens beschikt over een steeds toenemend arsenaal aan technologische middelen om natuurlijke hulpbronnen uit te putten of handenarbeid te mechaniseren, steeds meer mensen moeten steeds langer werken. De CO2-uitstoot is vorig jaar ongemeen sterk gestegen, onder prominente wetenschappers staat het al lang niet meer ter discussie dat we de aarde aan het vergassen zijn. Overigens wist De Morgen me mee te delen dat LiLo's Playboyfoto's gelekt zijn. Je kan ze hier bekijken. Als het algehele morele verval één voordeel heeft opgeleverd is het dat kinderen niet meer naar hun ouders opkijken, want zo hóórt het. Volwassenheid is een tegenstrijdig feit. We kijken naar films waarin mensen belogen worden en verbazen ons erover terwijl we onszelf zelf beliegen. We kijken naar films om ons te verheugen in de ondergang van het kwaad terwijl we er zelf aan deelnemen. Absurdo, ergo sum. Ironisch genoeg hadden de christenen het nog het beste door. Wie zich niet schuldig voelt, is immoreel. Ofwel eis ik van de Verenigde Naties een verklaring, door alle leden ondertekend, waarin we allen gezamenlijk toegeven een bende onverantwoordelijke nitwits te zijn, ofwel moet er iets veranderen.

dinsdag 22 november 2011

De Nederlandse vertalig voor het Engelse woord "bold" is "stoutmoedig". De nederigheid van ons volk is met andere woorden in onze taal ingebakken, of betreft het conformiteit?
Dit is de vrijheid van het Westen: je mag doen wat je wil, zolang je het kan betalen.

zaterdag 8 oktober 2011

Wegens te laf om te vluchten zal ik enkel zuchten;

Ik ben een deviant zonder land ambetant aan de rand;
Wat ik zocht is bocht nooit verkocht;
De normaal is brutaal een kwaal voor,
moraal; 

Maar niet geklaagd,
het is te gewaagd;
Tot op heden,
zijn we tevreden.

maandag 3 oktober 2011

Lezersbrief

Beste Poëtaster,

U vroeg me om een korte schets van mijn leven. Hierbij wens ik uw vraag te beantwoorden. Deze tekst zal voornamelijk over schildpadden gaan. Ik jaag immers haast dagelijks op schildpadden. Het is zowat de enige activiteit waar ik echt kalm van word. Ik schaf me er geregeld een twintigtal aan per avond, zet ze in mijn tuin en knal ze af. Natuurlijk moet ik voor die schildpadden betalen. Daarom ga ik werken. Mijn werk is saai, maar het houdt me bezig en 's avonds kan ik schildpadden jagen. Ik heb best een vriendelijke baas, al mag ik niet op zijn schildpadden jagen. Hij heeft van die schildpadden die ik enkel van op tv ken. Groot postuur en uitgerust met een modebewust schild. Schildpadden worden steeds groter, hipper en duurder. Tegenwoordig heb je er ook met vintage staarten. Ik vind het jammer dat mijn loon niet mee groeit met de schildpaddenprijs, of dat belastingen nooit dalen. Soms maakt mij dat boos, dan koop ik die avond een schildpad of twee extra. Nu werk ik geregeld in het weekend om duurdere schildpadden te kunnen betalen. Het valt me wel zwaar, toch heb ik het er voor over. Zo'n grote dikke, vintage motherfucker afknallen geeft mij immers een immense voldoening.
Ik heb niet altijd op schildpadden gejaagd. Ik heb vroeger nog creatieve ambities gekend. Er heeft echter reeds zoveel creativiteit plaatsgevonden dat ik mij moeilijk kon voorstellen een nuttige bijdrage aan het domein van de verbeelding te kunnen geven. Bovendien word ik er moe van, terwijl schildpadden jagen ontspant. Het is ook makkelijker, tijdens het werk doe ik wat mijn baas me opdraagt en daarbuiten heb ik geen verplichtingen. Mijn avonden spendeer ik vrij aangenaam. Tussen het jagen en het avondmaal door kijk ik wat tv of surf ik op het internet. Meestal maakt mijn vrouw een degelijke maaltijd klaar, waarna ik me met de kinderen bezig houd. Ik luister naar hun schoolverhalen en vertel zelf ook wat over mijn schildpadden. Vooraleer het slapen gaan heb ik soms seks met mijn vrouw, meestal kijk ik gewoon wat Hentai.

Graag zou ik hierbij ook een bericht achterlaten voor de mensen die aan mijn deur plachten te komen om geld of mijn actieve deelname te ronselen. U weet nu wie ik ben. Ik ben daar tevreden mee. Dus, tenzij u mij gratis of goedkope schildpadden kunt aanbieden, zou ik het op prijs stellen mocht u vanaf heden mijn deurbel onberoerd laten.

Groet,

Madhukar Van Oorschot
Vlaanderenstraat 34
9000 Gent
0494/272791

PS: Bedankt voor de schildpad!

zaterdag 1 oktober 2011

Huishoudapparaten

We hebben zoveel gestreken,
in het afwaswater geweken,
ledematen zijn verbrand,
met zulk een zachte hand;

En wasmachines laten draaien,
onze kleren verfraaien,
tot ze in vlammen oplaaien;

En toen, toen,
jij niet meer wilde stofzuigen,
brak ik het apparaat in duigen;

Immer bereid,
om ernaast te huilen,
kon ik tranen ruilen,
voor je tederheid;

Zie, ik heb het afval bedicht,
ik wil niets herstellen,
dra zal ik tot stof vervellen.

zaterdag 24 september 2011

Brokken

Ergens, ooit;
Waar zonnen onze huid verbrandden,
Smolten we aan elkander;

En alles was warm,
alles dicht,
Wij, één en twee én twee in één;

Liefde is gewicht,
tedere, tedere schouders,
torsen gezwind;

En ik vind
een duif mooier dan een valk;
En jij denkt, stiller,
en alles, alles,
wat we tussen je billen tillen doet je rillen;

Alle honden, die jou omgorden,
sleuren aan je staart;
Ze mogen me niet,
ze bijten, scheuren,
poten die m’n wonden open smijten,
tanden die m’n magen openrijten;

Och, banaliteit,
Wat ben jij?
Dat ik bevrijd,
je benijdt;

Te tevreden,
opgehouden met verweren,
tegen dit leven;
Slapend, mijn dromen vroom;

We stortten,
doolden in saaiheid,
uitgedoold;

Een mierenkolonie,
met zijn tweeën,
en tere, tedere schouders,
dom, bang;

En als kikkers de hemel bevolken,
lelijk, lelijk komen we los,
onze huid gesmolten;

Je krabbelt weg,
een hond tussen honden,
je geblaf sterft in m’n oren,
afgestomd, onbegrepen;

Ik sterf, gekwispel ik sterf.
Hier zijn we gestrand;
In vaart, gezonken;
We koesteren het verleden,
en in stilte trekken we elkanders haren uit.