We hebben zoveel gestreken,
in het afwaswater geweken,
ledematen zijn verbrand,
met zulk een zachte hand;
En wasmachines laten draaien,
onze kleren verfraaien,
tot ze in vlammen oplaaien;
En toen, toen,
jij niet meer wilde stofzuigen,
brak ik het apparaat in duigen;
Immer bereid,
om ernaast te huilen,
kon ik tranen ruilen,
voor je tederheid;
Zie, ik heb het afval bedicht,
ik wil niets herstellen,
dra zal ik tot stof vervellen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten