Mijn hart kent nog slechts één wens.
Ik leef heilig, als een echte asceet. Ik verberg mij tussen de
plooien van het bestaan, de holen van het Internet. Mijn stappen
laten niet meer na, dan zachte zuchten. Mijn toetsenbord tikt
anoniem: ik typ enkel nog voor de blinden van het wereldweb. Mijn
bezigheden zijn beperkt: Ik eet, drink, slaap, kak, schrijf en pis.
Mijn lichaamsbewegingen, tot het trillen van de neusharen toe, omgord
ik met een strikt strakker rooster. Mijn wekker heb ik opgevreten,
mijn agenda is na jaren zwoegen ingezweet. Mijn zenuwen zijn ontdaan
van die dekselse funk en mijn hoofd staat pal zonder enig spoor van
punk.
Ik heb jaren in de ring gestaan om deze
toestand te bereiken, om mijzelf te overtreffen in deugdzaamheid.
Hoewel ik maar al te goed wist: Zelfoverwinning is per definitie ook
een nederlaag. De zonden van de man zijn zonden in de maag. Hoe
kordaat ik me ook disciplineerde, tegen het geketter in mijn eigenste
maag worstelde ook het heiligenleven van de bebaarde Sint Fransiscus
in een inferieure klasse. Onzichtbaar sluipt het 's nachts, op de
donkerste tonen van de nacht, binnen in de zwakste kamer van mijn
hart.
Het is daar dat mijn dromen kolken en
mijn verlangens tieren. Terwijl ik dacht dat ik mijn wensen opborg
bundelde ik ze slechts opdat ze ongemerkt, maar des te sterker, zouden
sluimeren in de blinde vlekken van mijn ziel. En zo geschiedt iedere
nacht hetzelfde ongure wonder. Ikzelf, nu donkerder dan de nacht,
kraak en tril tot ik, haast met dezelfde precisie van mijn dagelijks
regime, het geweld van de hartstochten door mijn gezuiverde kop hoor
razen, zoals alleen de doorgedreven asceet zich aan zijn eigen
verbeelding kan verbranden. Vergeef me mijn nachten, O goden oud en
nieuw, vergeef me mijn wensen, die nog slechts één zijn en vergeef
me mijn liefde, want het zijn de bakens van de onderwereld zelve
waar ik U om smeek.
Ik heb haast, ik moet me haasten wil ik
het nog schrijven. Voor de deugd mij vangt en ik mijn eigen ogen en
oren, armen en benen zie trillen voor een Genade die de mijne niet
is. Voor ik, gevangen in deze vrome malloot, vrijwillig mijn eigen
lichaam aan Bijbelse kettingen zal binden. Er resten me nog enkele
zandkorrels om mijn geslacht te strelen, om mijn eigenste dorst te
lessen. Slechts in onderdrukte dromen kan ik tot je komen, in je
komen, op je komen. En zelfs daar, waar ik vroeger wild en machtig
mijn eigen perversiteiten nog kon spreiden, moet ik toevlucht nemen
tot dat ene, wat me in mijn diepste binnenste nog niet ontnomen is.
Och, hoezeer wens ik dat Éne, dat mij rest te wensen. Ik denk aan
jou, mijn liefste, vannacht en morgennacht en iedere nacht tot het
vervloekte geloof ons scheidt. Je nemen zoals je bent, zou van
slechte smaak getuigen. Lelijk moet jij zijn, Lelijk, zeg ik u, mijn
feeëriek model. Ik wil nog slechts je leven verpesten.
Vrees niet te snel mijn liefste, want
net zoals iedere waarlijke obsessie, iedere oprechte bloeddorst
sluipt en wacht en plant en graaft teneinde het lang vooropgestelde
doel met de grootste zekerheid te bereiken, zo heb ik geduld in
overvloed. Ik wacht, eindeloos, omdat ik weet dat je me niet zal
ontsnappen, omdat mijn corrupte verbeelding dit ene moment, mijn
laatste en eindeloze bestaansreden, toch al voor zich uit ziet
stralen, alsof het, onoverkomelijk, nu al voltrokken is. Ik moet
wachten en hopen, opdat, ooit, jij, prachtig schepsel oud en dik en
lelijk wordt. Want dit wens ik je toe vanuit de diepten van mijn
tragisch hart: Een puistenboel op je gezicht, op je benen,
buikkwabben om tafels mee af te vegen, schimmels om je huid te
verven. Onverbiddelijk: misschien ook een rolstoel of twee, een
geamputeerd been en, armloos, etterende stompen aan je schouders
aangeplakt. Ik zie je reeds voor me, verlaten door vriend, mens en
dier. Ik wens je toe een oud vies kreng te zijn. Een überbitch,
bitter als een doodgevroren baby, die je ook niet zou misstaan.
Degoutant.
Eenzaam wil ik je treffen, gewrongen in
bijtend zuur, vastgeklonken in metalen ongeluk. Een gezicht dat
standaard huilt, ogen die dat reeds lang verleerd zijn. Heerlijk!
Het is alleen dan, wanneer die zalige
tijd aangebroken zal zijn dat ik, Oh, wat word ik hard, snel nu! ik,
ik alleen!, je zal opzoeken. En jij zal van me houden, ondanks alles,
je zal me beminnen met een onvoldragen noodzakelijkheid die je je nu
nog slechts vaag kan inbeelden(maar toch, nu al, voel je het?). Hoe
zal het ook anders kunnen lopen tussen jou, je eigen minnaar, en ik,
die als enigste deze liefde met je zal delen? Wanneer én alleen dan,
wanneer allen je verlaten zullen hebben, zal ik, heroïsch!, je tonen
hoe je zelfhaat enkel liefde kan beteken. Ten langen leste
zal ik het zijn, die je edelmoedig naar de wereld trekt,
daar waar je zwakke, verzwakte geest al die verdorde verloren jaren
naar gesmacht zal hebben. Ik zal je puisten, kwabben en verloren
ledematen liefhebben als was het mijn eigen lichaam. Je rollen naar
alle uithoeken van het continent, je bitterzure ogen wassen met
tederheid. Ja, ik zal het zijn die je hele bestaan een laatste maal
doet openbloeien. Ik, Ik! zal degene zijn die met je zal huilen om je
afgemaakt afgedankt bastaardkind als was het het mijne. Je enige
gezel zal ik zijn, jij! mismaakt schepsel dat ik zal minnen als het
laatste avondmaal. Ik word het laatste gezelschap, een enkele,
onverwoestbare glimp pracht in je verwoeste bestaan. Verketterd,
duizendmaal van de brandstapel gevlucht zullen wij tornen, hoog boven deze verdorde wereld uit, dat immer gehate gehucht, waar troebele hartstochten onherroepelijk, als onkruid, weggesproeid worden. Maar wij, wij zullen bloeien!
En uiteindelijk, wanneer ik na een
lange zoektocht, verdwaald tussen je verrimpelde vetrollen eindelijk
je heerlijk verrotte blue waffle zal gevonden hebben,(sneller
nu sneller! Je botten kraken haast door je eigen gewicht heen, je
stikt zo in je eigen slijm, sneller! Ze treden nader, de engelen met
stalen zwaarden) zal ik er zacht mijn lippen tegen drukken en met een
onderwerelds langgerekte zucht met mijn tong, eindelijk, eindelijk!,
tegen je opengebloeide clitoris fluisteren: “is liefde niet mooi?”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten